|
Zaterdag 20 Juni 2026
Bezoek Egmond aan Zee :: Stadspashouders

Egmond aan Zee is een badplaats in de gemeente Bergen in de Nederlandse provincie Noord-Holland. In de volksmond wordt de plaats ook Derp genoemd.
Geschiedenis
In het jaar 977 zou achter de duinen het dorp Egmond aan Zee zijn ontstaan. Het verhaal wil dat ene Walgerus, een herenboer uit Egmond-Binnen, tien huizen zou hebben gebouwd voor een aantal arme gezinnen. Deze mochten er voor niets wonen en hadden recht om in zee te vissen op voorwaarde dat ze wel aan de abdij in Egmond-Binnen tien procent van hun visvangst zouden afstaan. Ook zou hij een kerkje hebben gesticht, ter ere van de heilige Agnes.
Egmond aan Zee ontwikkelde zich daarna tot een echt vissersdorp. Omstreeks het jaar 1400 ontstond er de zogenaamde Pinck, een platbodem vaartuigje van ongeveer 5,5 bij 2,5 meter. Het scheepje was overnaads gebouwd met een geheel platte bodem, zodat het op rollen vanaf de schuitenschuur naar het strand vervoerd kon worden.
Door erosie van de kust verdwenen bij de Allerheiligenvloed op 1 november 1570 vijftig huizen van Egmond aan Zee in de zee. Bij de Kerststorm in november 1741 werden 36 huizen en de kerk met toren door de zee opgeslokt.
Egmond aan Zee was tot 1 juli 1978 een zelfstandige gemeente en is op die datum met de gemeente Egmond-Binnen samengevoegd tot Egmond. Sinds 1 januari 2001 is de gemeente Egmond gefuseerd met de gemeenten Schoorl en Bergen tot de gemeente Bergen.
Zaterdag 27 Juni 2026
Kersenfestival in Cothen :: Stadspashouders

Het Kersenfestival in Cothen is een hoogtepunt in de kersenperiode en biedt een breed scala aan activiteiten voor zowel jong als oud. De 24e editie van het festival vindt plaats op zaterdag 27 juni en zondag 28 juni 2026. Bezoekers kunnen genieten van de Kersenmarkt met een vers geplukte kersen uit de boomgaard, kersenijs, Luikse wafels met warme kersen, en een kop koffie of thee met een kersenvlaaitje. De kersentrein "De Kersexpress" rijdt door de boomgaard, en er zijn demonstraties van de jachthondenvereniging. Voor kinderen is er een speelplein met een stormbaan en trampoline. Het Kersenmuseum biedt een unieke ervaring met live veilingen.
Zaterdag 04 Juli 2026
Bezoek Arnhem :: Stadspashouders

19e-20e eeuw
Aan het begin van de negentiende eeuw kwam Arnhem wegens het gunstige belastingklimaat in de belangstelling te staan van de gegoede burgerij uit het westen van Nederland.
Eind november 1813, tijdens de Zesde Coalitieoorlog, vonden in en nabij Arnhem zware gevechten plaats tussen de Franse bezettingsmacht en Pruisische troepen die werden ondersteund door Russische kozakken.
In 1817 werd Arnhem de hoofdstad van de provincie Gelderland in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit is het sindsdien gebleven.
Vanaf 1845 was Arnhem per trein bereikbaar via de Rhijnspoorweg. Dit stimuleerde de ontwikkeling van de stad. De spoorlijn Arnhem - Nijmegen kwam gereed in 1879.
Arnhem groeide snel, en veel huizen uit die tijd getuigen van de rijkdom van de nieuwe bewoners. De nieuwe burgerij van Arnhem bracht overigens wel een belangrijke stimulans in het sociale en culturele leven. De rijke bewoners die uit Den Haag en Amsterdam naar Arnhem waren gekomen hadden behoefte aan de faciliteiten die zij gewend waren. Uit deze tijd stammen dan ook onder andere Musis Sacrum, de Stadsarmenapotheek en het Stedelijk Ziekenhuis.
Het station Arnhem voor de Tweede Wereldoorlog
Rond 1870 werd de migratie naar Arnhem langzaam minder, en ging men in de stad op zoek naar andere inkomstenbronnen. Door de ontwikkeling van toeristische attracties werd Arnhem in de belangstelling gehouden van de rijken. Er werden congressen en tentoonstellingen georganiseerd. Vanaf 1880 reden er paardentrams, die vanaf 1911 werden vervangen door elektrische trams. Met de Nederlandsche Heidemaatschappij en de Nederlandse Kunstzijdefabriek (ENKA) trok Arnhem een tweetal belangrijke werkgevers naar zich toe.
De in 1935 geopende brug over de Rijn, sedert 1978 John Frostbrug geheten
Tijdens de tweede helft van de 19e eeuw groeide Arnhem sterk, van 9.000 inwoners in 1820 tot bijna 24.000 in 1859.[11] Ook in de 20e eeuw is Arnhem sterk uitgebreid.
In de jaren 1930 werd Arnhem zwaar getroffen tijdens de depressie, maar door de aanleg van nieuwe stadswijken kon er nog enig werk worden gegenereerd. In 1935 kreeg Arnhem zijn eerste vaste brug over de Rijn, waarna er woonwijken aan de zuidkant van de rivier gebouwd konden worden: de wijk Malburgen in Arnhem-Zuid.
Zaterdag 11 Juli 2026
Bezoek Nijmegen :: Stadspashouders

FiftyTwoDegrees Business Innovation Center is een multifunctioneel complex dat in opdracht van Ballast Nedam is ontworpen door Francine Houben en Francesco Veenstra (verbonden aan Mecanoo Architecten). Omdat het programma van eisen dicteerde dat voor het projectmatig werken per verdieping 60 werkplekken gerealiseerd moesten worden, was een vloeroppervlakte van 22x60 meter nodig. Het eenvoudig opeenstapelen van de benodigde verdiepingen zou leiden tot een massief gebouw. De knik van 10 graden zorgt voor een zekere ‘lichtvoetigheid’. In de eigen woorden van Francine Houben moet de knik ook worden gezien als een uitnodigend gebaar om binnen te komen. Tegenover de geslotenheid van het NXP-complex staat de openheid van FiftyTwoDegrees.
Het complex moet een inspirerende omgeving bieden voor ontmoetingen tussen kenniswerkers, producenten en consumenten uit de wereld van de technologie, media, marketing en lifestyle. De gevelknik is niet het enige in het ontwerp dat opvalt. De gevel is voorzien van wisselende vlakken, die op enige afstand gezien, lijken op pixels in een willekeurig patroon. Van buitenaf zijn de verdiepingslagen niet direct herkenbaar, aan de binnenkant leidt dit tot wisselende interieurs voor de kantoorkamers. Bijzonder is ook het groene hellende dak van de parkeergarage. Op deze manier wordt het maaiveld opgetild (refererend aan de stuwwallen in dit gebied) en komt er een bijzondere verbinding tot stand tussen kantoorgebouw en omgeving. In de volgende bouwfase zal dit hellend dak doorlopen en met een overkluizing over de Neerbosscheweg de verbinding met de oostelijk gelegen stadsdelen verzorgen.
Zaterdag 25 Juli 2026
Bezoek Ouwehands Dierenpark in Rhenen :: Stadspashouders

De oprichter van het park, Cor Ouwehand, was vanuit Rotterdam naar Rhenen gekomen om daar een sigarenfabriek te beginnen. Hij besloot daar echter mee te stoppen en begon in 1919 op de Grebbeberg een houderij van bijzondere kippenrassen. In die periode bezochten veel agrariërs deze boerderij. Veel van hen kwamen echter niet voor de exotische kippenrassen, maar voor de andere dieren die er ook leefden zoals: wasberen, pauwen en fazanten.
In de jaren dertig ging het niet goed met de kippenhouderij. De bijzondere dieren in het park trokken overigens nog steeds bezoekers. Ouwehand besloot daarom de kippenfarm om te bouwen tot dierentuin. Hij bezocht verschillende tuinen in Europa om te zien hoe hij zijn bedrijf het beste kon inrichten. Ouwehands Dierenpark werd op 18 juni 1932 geopend voor het publiek.
Tweede Wereldoorlog en daarna
Het park werd een succes en trok veel bezoekers. In 1940, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd bij de Slag om de Grebbeberg een groot deel van de dierentuin verwoest. De gevaarlijk geachte dieren moesten op last van het Nederlandse leger worden afgemaakt om te voorkomen dat zij zouden ontsnappen bij een voltreffer op het dierenpark, en omdat de eigenaar de schietvaardigheid van zichzelf meer vertrouwde dan die van de soldaten, besloot hij zelf deze taak op zich te nemen. Doordat de schadeherstelbetalingen tot 1953 op zich lieten wachten, kwam de wederopbouw slechts moeizaam op gang. In 1950 overleed de oprichter. Zijn zoon Bram Ouwehand en diens zwager Joop Baars kregen toen de leiding over het park.
In de jaren daarna is de grootte van het terrein ruim verdubbeld tot 22 hectare. Veel dieren hadden meer ruimte nodig en het park mocht van de gemeente niet meer verder uitbreiden. Een aantal diersoorten zoals de nijlpaarden, olifanten, gorilla's en chimpansees, moest uit het park verdwijnen. Eind jaren negentig was het park nagenoeg failliet en was het bezoekersaantal teruggelopen tot minder dan een half miljoen. Zakenman en multimiljonair Marcel Boekhoorn kocht de dierentuin in 2000. Hij investeerde stevig in nieuwe verblijven voor leeuwen, tijgers, ijsberen en olifanten, overdekte speeltuinen en een nieuw restaurant.